agenda
  • ma, 11 12 2017

    schoonmaakmoment in de groepen

  • do, 14 12 2017

    schoonmaakmoment in de groepen

  • wo, 20 12 2017

    Kerstviering gr. 1t/m 8

  • vr, 22 12 2017

    Vrijdagmiddag vrij gr. 5-8





leerlingenzorg

De school volgt de ontwikkeling van de kinderen, stelt vast of de leerstof door de kinderen wordt begrepen en geeft waar nodig extra hulp of uitdaging. Het gaat hierbij om de integrale leerlingenondersteuning. Op groepsniveau betekent dat pedagogische activiteiten, instructieactiviteiten en planmatig werken in de groep.

Pedagogische activiteiten gericht op de basisvoorwaarden competentie, relatie en autonomie
De leerkrachten accepteren verschillen tussen leerlingen betreffende de manier waarop en het tempo waarmee ze leren. De leerkrachten stimuleren zelfvertrouwen en gevoelens van competentie bij leerlingen door het bieden van mogelijkheden om tot succeservaringen te komen. De leerkrachten bevorderen een zelfstandige leerhouding door de leerlingen te stimuleren tot leren. De leerkrachten creëren een exploratieve leeromgeving waarin de leerlingen die dat kunnen hun eigen leergedrag sturen, zodat ze controle krijgen over hun eigen leerproces.

Instructieactiviteiten
De leerkrachten zorgen voor een goede organisatie van de instructie en een goed klassenmanagement. De leerkrachten hanteren directe instructie. De kwaliteit van het onderwijs wordt vooral bepaald door de inhoud van de instructie. De leerkrachten zorgen voor differentiatie in de hoeveelheid instructie en leertijd door te werken met groepsinstructie, subgroepinstructie en individuele instructie.

Planmatig werken in de groep (cyclisch)
De leerkrachten formuleren toetsbare streefdoelen per leerjaar die de leerlingen aan het einde van het schooljaar moeten beheersen. De leerkrachten volgen nauwgezet het leerproces van alle leerlingen. De leerkrachten passen het aanbod en de instructie aan op basis van de vastgestelde vorderingen van de leerling met het oog op het bereiken van de leerdoelen. In de kleutergroepen worden de leerlingen gevolgd d.m.v. observaties door de groepsleerkracht en het afnemen van verschillende CITO toetsen. Er wordt geobserveerd of de kinderen voldoende voorbereidende oefeningen beheersen om goed in groep 3 mee te kunnen komen. Bij deze observaties wordt o.a. gekeken naar de CITO onderdelen ‘Taal voor kleuters’ en ‘Rekenen voor kleuters’. Daarnaast gebruiken we de leerlingregistratie van Kleuterplein. In januari en juni worden bij de kinderen van groep 2 de CITO toetsen ‘Taal voor kleuters’ en ‘Rekenen voor kleuters’ afgenomen, in juni gebeurt dit bij groep 1. De observaties worden in februari en juni/juli op de gespreksmomenten uitvoerig met de ouders besproken. Indien de leerkracht moeilijkheden voorziet bij de ontwikkeling van uw kind wordt u hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte gebracht. Wanneer de kinderen gaan leren lezen en rekenen worden ze regelmatig getoetst om hun vorderingen te volgen. Niet alleen d.m.v. de gegevens van toetsen, maar ook door de correctie van het dagelijks werk, volgen we de kinderen. Alle gegevens van toetsen worden genoteerd op zogenaamde groepslijsten en door de leerkracht bewaard in de groepsmap, zowel schriftelijk als digitaal. In februari en juni worden de kinderen van groep 3 t/m 8 uitgebreid getoetst m.b.v. CITO-toetsen. Verder worden alle kinderen, het hele jaar door, door de leerkracht gevolgd in hun ontwikkeling o.a. met methodegebonden toetsen. Toetsen en observaties hebben als doel de ontwikkelingslijnen van kinderen nauwkeurig te volgen. Ouders kunnen in overleg met de leerkracht te allen tijde gebruik maken van de mogelijkheid de toetsresultaten van hun kind(eren) te bekijken. De resultaten van de leerlingen worden regelmatig besproken in groepsbesprekingen, leerlingbesprekingen en plenair in personeelsvergaderingen.

Meer en hoogbegaafde leerlingen
We vinden het belangrijk dat bij ons op school ook aandacht is voor leerlingen die meer aan kunnen dan het gewone onderwijsaanbod. Zij hebben recht op aangepast onderwijs. Wij geven daar uiting aan door onderwijsinhoudelijk aanpassingen te doen. We creëren een veilig pedagogisch klimaat waarin de leerlingen in zowel sociaal als in emotioneel opzicht tot hun recht kunnen en mogen komen. Ook in didactisch opzicht komen we tegemoet aan een passend en gestructureerd onderwijsaanbod.

Er is een beleidsplan voor het begeleiden van meer en hoogbegaafde leerlingen. Door een structurele aanpak wordt de doorgaande lijn voor begaafden gewaarborgd. Het beleidsplan bestaat uit verschillende onderdelen. Er wordt beschreven hoe begaafde leerlingen gesignaleerd en gediagnosticeerd gaan worden. Ook wordt uitgewerkt wat voor maatregelen genomen moeten worden als blijkt dat een leerling begaafd is.
Die maatregelen kunnen bestaan uit:

• compacten en verrijken;

• doorstromen.

Verder wordt aandacht besteed aan onderpresteerders en meer of hoogbegaafde leerlingen met leer- en of gedragsproblemen.

Wanneer meer uitdaging wenselijk is, kan een leerling vanaf groep 3 een dagdeel les krijgen in de bovenschoolse klas Kaleidoscope. Hiervoor geldt een speciale aanmeldingsprocedure. U vindt hierover meer informatie bij Mikpunt/Kaleidoscope.

Sociaal-emotioneel leerlingvolgsysteem: Zien
We besteden op school op een systematische wijze aandacht aan de sociale en emotionele ontwikkeling van onze leerlingen met behulp van de lessen van Leefstijl. Het leerlingvolgsysteem dat hiervoor gebruikt wordt, heet ZIEN.

Dit is een digitaal instrument dat de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen in kaart brengt. Hiermee kunnen wij deze ontwikkeling registreren en volgen. Het systeem maakt duidelijk welke vaardigheden eventueel versterkt kunnen worden. Vervolgens kunnen de leerkrachten en ouders daar aandacht aan besteden.

We maken gebruik van 2 vragenlijsten: 1 voor de leerkracht en 1 voor de leerling. In groep 1 t/m 4 worden deze leerlingvragen in een gesprekje met de leerkracht beantwoord, in groep 5 t/m 8 doen de kinderen dit zelfstandig op de computer.

De vragen hebben betrekking op betrokkenheid, welbevinden, sociaal initiatief, sociale flexibiliteit, sociale autonomie (eigenheid), impulsbeheersing en inlevingsvermogen. De vragenlijsten van groep 2 t/m 8 worden in oktober afgenomen en tijdens de rapport-gesprekken (november/december) met de ouders besproken. De vragenlijst van groep 1 wordt begin maart afgenomen en besproken tijdens de daaropvolgende rapportgeprekken (maart/april). Als er in een jaar veranderingen bij een kind optreden, kan (indien nodig) in de maand mei van dat schooljaar voor een 2e keer de vragenlijst worden ingevuld.

Externe instanties
Als na zorgvuldig overleg blijkt, dat een kind niet de gewenste resultaten behaalt of zich niet ontwikkelt zoals we dat wensen en verwachten, kan er door de intern begeleider contact gezocht worden met externe hulpinstanties (1-zorgroute). In een dergelijk geval wordt er natuurlijk altijd van tevoren met de ouders overlegd. Bovendien dienen zij, wanneer dat nodig blijkt, schriftelijk toestemming te geven voor een didactisch en/of psychologisch onderzoek. De resultaten van een dergelijk onderzoek worden uiteraard met de ouders besproken. Verder wordt het schoolteam geholpen en geadviseerd in allerlei zaken met betrekking tot het onderwijs, de onderwijskundige en pedagogische aanpak, methodes enz. (1-zorgroute). Dit gebeurt door de orthopedagogen van SCOPE. Indien nodig stelt de leerkracht een individueel handelingsplan op voor de kinderen. Dit is een plan waarin wordt omschreven op welke wijze er extra zorg of begeleiding aan een kind gegeven zal worden en gedurende welke periode (1-zorgroute).

Het opstellen van dit plan kan eventueel gebeuren met hulp van de intern begeleider of de orthopedagogen van SCOPE. De leerkracht neemt contact op met de ouders, zodat zij weten dat er extra zorg of begeleiding aan hun kind gegeven wordt. Vanaf groep 6 komt het regelmatig voor dat er tijdelijke aanpassingen gedaan worden in de leerstof. Ook dan zal de extra instructie door de groepsleerkracht gegeven worden. Wanneer na aanpassingen in de leerstof blijkt dat een kind voor een of meerdere vakgebieden een achterstand opgelopen heeft van een jaar of meer, dan wordt er een ontwikkelingsperspectief geschreven. In dit perspectief wordt aangegeven wat de tussen- en einddoelen voor bepaalde vak-gebieden zijn en op welk niveau het kind naar verwachting in zal kunnen stromen in het voortgezet onderwijs. Als onvoldoende handreikingen gevonden kunnen worden voor een goed handelingsplan, of de geboden hulp is niet voldoende, dan kan een externe instantie worden ingeschakeld. Er volgt dan overleg tussen de school en de externen welke extra hulp of uitdaging nodig is en welke hulp het meest zinvol is (1-zorgroute). Uitgangspunt van de school is zoveel mogelijk extra hulp of uitdaging aan de -kinderen te geven in de eigen groep.

Externe ondersteuning voor ouders
Wij hebben binnen de school ook een directe link naar extra zorg. Rosanne van der Laarse vanuit het Jeugd en Gezinsteam (JGT) kan aanschuiven bij het Breed Ondersteuningsteam Overleg (BOT). Zij kan, indien nodig, collega’s vanuit het JGT inschakelen die nodig zijn. Dit kan een (school)maatschappelijk werker zijn, maar bijvoorbeeld ook de jeugdarts.





De Viergang
Jacob van Damstraat 24
2445 AE Aarlanderveen
T 0172 - 574 173 / 523 003
deviergang@scopescholen.nl



SCOPE scholengroep



© 2013 SCOPE scholengroep

Disclaimer
Inloggen beheerders